Info voor gemeenten

Info voor gemeenten

Gemeenten kunnen Biofruit op school ondersteunen Gemeenten kunnen het Biofruit op school project ondersteunen. We merken dat scholen sneller op kar springen als de gemeente meewerkt! Gemeentelijke ondersteuning kan op verschillende manieren: promotioneel, financieel,... Het Lokaal Gezondheids Overleg (Logo) in de betreffende regio wordt betrokken bij de besprekingen over de ondersteuning. Hieronder vind je enkele voorbeelden van financiële ondersteuning en hoe die gerealiseerd wordt.

Tom Verlinden, duurzaamheidsambtenaar Zemst:
‘Gemeenten kunnen motiverend werken via een subsidiereglement voor biofruit, dat de meerprijs van biofruit tgo traditioneel fruit compenseert. De kosten van de lokale overheid worden grotendeels gecompenseerd via de jaarlijkse rapportering van het milieujaarprogramma, waarvoor de gemeenten werkingssubsidies ontvangen.’ Voor meer toelichting over deze inpassing in het Milieujaarprogramma door Tom Verlinden en Bioforum, klik hier.

Leen De Craen, duurzaamheidsambtenaar Tielt-Winge:
‘De subsidiering van biofruit op school kadert in de Samenwerkingsovereenkomst bij thema milieuverantwoord productgebruik. We kaderen het ook in het lokaal sociaal beleidsplan omdat onze gemeente nog heel wat landbouwactiviteit herbergt en we zo de lokale landbouw kunnen ondersteunen.’

In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst 2008-2013 kreeg BIO een plaats onder milieuverantwoord productgebruik dat een afzonderlijk thema is geworden. Ook het thema 'duurzame ontwikkeling' biedt mogelijkheden om iets rond bio uit te werken.

De nieuwe samenwerkingsovereenkomst ‘gemeenten’ telt tien thema's (instrumentarium, afval, milieuverantwoord productgebruik, water, hinder, energie, mobiliteit, natuur, bodem en duurzame ontwikkeling).

Elk thema heeft een verplicht basisniveau, een facultatief onderscheidingsniveau en een facultatief projectniveau. De basis bestaat nu uit een twintigtal opgelegde verplichtingen, verspreid over alle thema's. Gemeenten die intekenen op het onderscheidingsniveau, moeten naast de verplichtingen uit de basis, een duurzaamheidsambtenaar aanstellen en 35 punten behalen. Punten zijn te behalen door acties uit te voeren die binnen elk thema zijn opgesomd.

Het gebruik van biologische producten is expliciet opgenomen in het thema ‘milieuverantwoord productgebruik’, zowel in de basis, als in het onderscheidings- en het projectniveau.
Daarbij zit de potentie voor bio niet zozeer in de basis van dit thema, omdat er hier enkel wordt gesproken over passieve sensibilisatie van onder meer biologische producten. Dit houdt onder meer het schrijven in van een artikeltje in het gemeentelijk infoblaadje, het maken van een foldertje of een affiche.

In het onderscheidingsniveau wordt het interessanter. Bij de acties die gemeenten moeten implementeren binnen de werking van de eigen diensten en die ze dienen te stimuleren bij burgers, staat onder meer: “de gemeente gebruikt biologische producten”, “ de gemeente stimuleert via actieve sensibilisatie het milieuverantwoord productgebruik van cateringproducten en biologische producten bij (groot)keukens in instellingen zoals scholen, rusthuizen, ziekenhuizen, OCMW’s en andere sociale centra” en “ de gemeente voert actieve sensibilisatie over het milieuverantwoord productgebruik van een of meer van de volgende producten” waaronder biologische producten (bv verdeling biofruit nav onthaaldag voor nieuwe inwoners)

Bij de projecten zijn biologische producten opgenomen als één van de mogelijkheden om rond te werken in een geïntegreerd sensibilisatieproject en ook binnen het uitvoeren van een doelgroepenwerking.